Over Mensenhandel

Wat is mensenhandel?

Mensenhandel in de breedste zin van het woord is uitbuiting onder een bepaalde vorm van dwang of misleiding die plaats kan vinden in de horeca, land- en tuinbouw en de seksindustrie. Ook de illegale handel in organen is mensenhandel. Uitbuiting in de seksindustrie komt voor in onder andere de (raam)prostitutie, de escortbranche, prive-clubs, paarenclubs en (kinder)porno-industrie. Soms heeft een persoon ingestemd met werken in de seksindustrie, soms ook niet. In beide gevallen kan sprake zijn van mensenhandel. Want voorafgaande instemming betekent nog steeds niet dat met geweld, bedreigingen e.d. iemand aan het werk mag worden gehouden en meestal al  het verdiende geld moet worden afgestaan.

Loverboys zijn mensenhandelaren. Met loverboys bedoelt men mannen die eerst met verschillende methoden een meisje of vrouw verliefd op, of afhankelijk van hem maken. Is de vrouw eenmaal afhankelijk dan gebuikt hij misleiding, dwang  of geweld om haar  in  de prostitutie aan het werk te zetten. Sommige vrouwen gaan  vrijwillig aan het werk in de veronderstelling, bijvoorbeeld samen voor een toekomst te sparen of hem uit grote schulden te helpen etc. Als ze dan wil stoppen, kan dat niet en het geld blijkt meestal verdwenen. Wanneer sprake is van een minderjarig slachtoffer, hoeft er geen sprake te zijn van dwang of misleiding. Alleen al het in de prostitutie brengen van een minderjarige is voldoende om mensenhandel aan te nemen.

Mensenhandel is gedefinieerd en verboden in verschillende internationale verdragen, waaronder het Mensenhandelverdrag van de Raad van Europa en in Nederland  in het (uitgebreide) artikel 273f Wetboek van Strafrecht.

Dwang kan onder andere bestaan uit dreiging met geweld, ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie. De wet maakt geen onderscheid tussen uitbuiting in de seksindustrie en uitbuiting in andere bedrijfssectoren, ook wel ‘arbeidsuitbuiting’ of ‘overige uitbuiting’ genoemd.

Sinds een tweetal uitspraken van het Europese Mensenrechten Hof (EHRM) valt mensenhandel ook onder de reikwijdte van artikel 4 eerste lid, EVRM, het verbod op slavernij of dienstbaarheid.

Slachtoffers zijn meestal afkomstig uit het buitenland. Maar ongeveer een derde komt uit Nederland. Met Loverboy-slachtoffers doelt met meestal op de groep afkomstig uit Nederland. In de seksindustrie is het overgrote deel van de slachtoffers vrouw. maar ook mannen en helaas kinderen.

Mensenhandel is een zeer ernstig misdrijf waar soms individuele daders maar ook internationale criminele organisaties en netwerken bij betrokken zijn. Het is een van de meest lucratieve en snelst groeiende vormen van internationale misdaad. Over het algemeen is de pakkans bijzonder klein en zijn de straffen niet hoog. Door de aard van het misdrijf zijn alleen schattingen te maken van de schaal waarop dit misdrijf wereldwijd en in Nederland plaatsvindt. Geschat wordt dat in Nederland in de seksindustrie zo’n 3500 (drieënhalf duizend) slachtoffers per jaar zijn.

Mensenhandel moet onderscheiden worden van mensensmokkel. Bij mensensmokkel wordt illegaal een staatsgrens overschreden: als misdrijf tegen de staat. Bij mensenhandel worden mensen voor economisch gewin uitgebuit: misdrijf tegen de persoonlijke vrijheid

Mensenhandel in de zin van uitbuiting in de seksindustrie vormt een ernstige inbreuk op de psychische en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dit kan zowel op de korte als de lange termijn ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van slachtoffers. Slachtoffers zijn veelal ernstig getraumatiseerd en dragen de gevolgen hun leven met zich mee.

Buitenlandse slachtoffers die niet in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning dienen bij het geringste vermoeden van mensenhandel drie maanden bedenktijd aangeboden krijgen. Na maximaal drie maanden moeten zij besluiten of zij aangifte willen doen of op een andere wijze hun medewerking willen verlenen aan het strafproces. Gedurende de bedenktijd krijgen slachtoffers een tijdelijke verblijfsvergunning op basis van de B-9 regeling, zo genoemd naar de paragraaf in het Vreemdelingencirculaire waarin dit geregeld is.

Doet een slachtoffer geen aangifte of verleent zij geen medewerking aan opsporing en vervolging, dan kan zij alleen een humanitaire verblijfsvergunning aanvragen. Een dergelijke verblijfsvergunning wordt alleen afgegeven aan slachtoffers die een verklaring van de politie bezitten en ernstig te vrezen hebben voor represailles, of zodanig psychische in de war zijn dat  zij niet kunnen verklaren. Dit laatste dient wel door een behandelend psycholoog of psychiater verklaard te worden.

Verleent een slachtoffer wel medewerking en leidt deze medewerking of aangifte tot opsporing en vervolging dan krijgt het slachtoffer voor de duur van het strafrechtelijke onderzoek en/of strafproces een tijdelijke verblijfsvergunning. Leidt dit vervolgens tot een onherroepelijke veroordeling of duurt het onderzoek of de procesgang langer dan drie jaar dan kan het slachtoffer een permanente verblijfsvergunning krijgen. In alle andere gevallen, komt een slachtoffer alleen voor een (voortgezette) verblijfsvergunning in aanmerking wanneer haar /zijn situatie zodanig schrijnend is dat verblijf geïndiceerd is.